Bellyboat Vissen

Bij Fishing Adventure kan ook gevist worden vanuit een Bellyboot op grote steuren Spectaculaire vangsten van Beluga Steuren zijn goed mogelijk.
Belangrijke Regels:
Vissen met 1 enkele haak, maximaal maat 4. Dreggen streng verboden!
Lood MOET altijd vrijkomen bij lijnbreuk.
Steuren alleen in het water onthaken.
Stringeren of touw om de staart streng verboden.
Altijd vissen met Nylon voorslag van minimaal 2 meter en minimaal 0,8 mm 

Er kan er ook vanuit de BB op Meerval, Snoek, Snoekbaars, Baars, Striper, etc. worden gevist. Altijd alleen met 1 enkele haak en met een nylon voorslag.

De kosten voor 12 uur vissen met eigen materiaal zijn Euro 45,00.
Catch and Release only!

27

Bellyboat Artikelen

Steuren sleuren vanuit de bellyboat – Nederlandse vissen van over de 2 meter

18/05/2021

 

Thomas Sintobin zegt het goed: “De gesloten tijd doet gekke dingen met mensen.” Zo ook met Thomas. Zijn sporen op het gebied van meerval vissen heeft hij al verdiend en het was tijd voor een nieuwe uitdaging. Net zo goed vissen die tot over de 2 meter groeien, de beluga steur… 

Door Thomas Sintobin

In 1922 werd in de delta van de Wolga een zoetwatervis gevangen die zo zwaar was dat 10 sterke mannen hem niet konden tillen. Het betrof een Huso huso – oftewel belugasteur van, hou je vast, 1224 kilogram zwaar bij een lengte van meer dan 7 meter (klik HIER) En dat is volgens wetenschappers nog niet eens het maximale formaat dat deze prehistorisch ogende soort kan bereiken, al is er geen fotografisch bewijs van nog grotere exemplaren. De kans dat het ooit nog zover komt is niet zo groot. Deze giganten worden namelijk met uitsterven bedreigd omdat hun eitjes als een delicatesse worden beschouwd: kaviaar…

Het zwarte goud van de beluga steur.

Kaviaar van gekweekte beluga’s kost een vermogen – 250 euro voor 50 gram – en het schijnt eveneens extreem lekker te zijn: “Er vindt een smaakexplosie in de mond plaats, wanneer u de Beluga kaviaar tot u neemt. Met smaaktinten zoals het zoute van zilt, een beetje room en een hint van noten, zal de Beluga kaviaar ervoor zorgen dat u nooit meer een ander soort van kaviaar wilt proberen,” aldus de website van een handelaar. Kaviaar van wilde vissen mag inmiddels niet meer worden verhandeld, maar tiert welig op de zwarte markt.

Een beluga steur van 220 cm die vorig jaar werd gevangen in Enschede.

Wilde steuren brengen een groot gedeelte van hun leven in zee door, maar trekken de rivier op om te paaien. Net als zalm en zeeforel zijn ze dus bestand tegen zowel zoet als zout water  en die eigenschap zorgt ervoor dat ze ook in meren kunnen gedijen.

 

Kweek beluga’s

Hoewel het met de wilde steur dus allesbehalve goed gaat, zijn er tegenwoordig meer gekweekte beluga’s dan ooit tevoren. Je kunt ze gewoon kopen in vijverspeciaalzaken, en eigenaren van nogal wat betaalwateren in heel Europa hebben deze tot de verbeelding sprekende oervis uitgezet om sportvissers van heinde en verre te lokken.

Hoe groot ze in vijvers en meren zullen kunnen worden, weet niemand. Sterker nog: geen van ons zal het ooit weten, want steuren kunnen belachelijk oud worden, mogelijk zelfs 150 jaar. Vermits een steur van 2 meter rond de 20 jaar oud is, betekent dat dat deze vissen nog zeker een eeuw kunnen doorgroeien  en dat redden wij, mensen, nu eenmaal niet.

 

Een nieuwe uitdaging

De gesloten tijd voor roofvissen doet gekke dingen met mensen. Meestal breng ik een groot gedeelte van die twee maanden door met het vissen op meerval op de grote rivieren, maar dit jaar heb ik om de een of andere reden niet zo’n zin in die soort. Dat de meeste stekken waar ik tot vorig jaar nog lekker rustig mijn ding kon doen tegenwoordig echt totaal overspoeld worden door kersverse meervalvissers, speelt wel wat mee natuurlijk, want ik ben ontzettend gesteld op rust.

Meerval van 2 meter plus? Check! Op zoek naar een andere vis in Nederland die zo groot kan worden!

Daarnaast was ik gewoon ook toe aan iets anders, na al die jaren vanuit mijn bellyboat intensief  op de King of Slime te hebben gejaagd (klik HIER). Op een avond kreeg ik ineens het idee dat ik wel eens een grote belugasteur zou willen vangen vanuit die drijvende sofa. Ik wist ook precies waar ik dat zou gaan proberen: een 50 hectare grote zandafgraving in Enschede, die sedert een jaar als betaalwater wordt uitgebaat. Ik weet dat heel wat lezers absoluut niets hebben met betaalwateren, maar dit water is toch enigszins anders dan andere plassen. De plas is namelijk extreem voedselrijk, mogelijk doordat er nog altijd zand wordt gewonnen en de aanwezigheid van prachtige rietkragen en ondieptes. Al lang voordat er steur, meerval, kwabaal en striped bass werd uitgezet leefde er een extreem goed natuurlijk bestand aan baars, snoekbaars en snoek.

In 2019 werd een bizar grote meerval van 227 cm gevangen op Fishing Adventure in Enschede. Zie onderstaande video. 

Twee jaar geleden, voordat het officieel geopend werd, was ik er al een keertje geweest voor een reportage van de Belgische TV-zender PlattelandsTV, en toen had ik een beluga van ongeveer 165 cm kunnen vangen op een baarshengeltje en een shad. De dril duurde een eeuwigheid en we kregen de vis pas bedwongen door er met twee man bovenop te springen:  het leverde een van de spannendste momenten op uit mijn vissersleventje, en er was een cameraman bij (klik HIER voor de video).

 

Here we go

Een telefoontje met de eigenaar van het water, Bart De Vries, later wist ik dat mijn bellyboat en ik welkom waren. Een vismaatje die net zijn eerste bellyboat had gekocht wilde wel mee en een paar dagen later gleden we geruisloos boven de geheimzinnige dieptes van de plas, gewapend met een stevige meervalhengel, een reel en een paar dozen Canadese dauwpieren.

Ja ik zie interessante signalen, maar of ik er boven ‘mag’ varen met mijn bellyboat…

In feite had ik dus mijn gebruikelijke meervalspullen meegenomen, erop hopend dat ze ook zouden volstaan voor deze soort. Aan de hengel twijfelde ik niet: dat is namelijk een door mijn vismaat Michel met de hand afgebouwde glasvezelhengel (met een haarlokje van mijn jongste dochter verwerkt in de wikkeling van het eerste oog) en onverwoestbaar. Maar zou mijn reel het houden, en bovenal: zou amper 130 meter lijn volstaan?

Of mijn gear het zou houden zou zich snel genoeg openbaren…

Op mijn dieptemeter zie ik al snel de nodige wolken aasvis, net in de buurt daarvan hele grote symbolen. Eentje is volgens mijn inschatting een behoorlijke meerval, maar hoewel ik de wormen precies boven zijn bek laat kronkelen verliest hij zijn zelfbeheersing niet. De andere symbolen die ik her en der zie zwemmen betreffen overduidelijk steuren. Welke soort het is, kan ik dan nog niet zeggen; er leven witte steuren, diamantsteuren, sterlets, Russische steuren en natuurlijk de beluga’s en ik zie ze voor het eerst op mijn scherm.

Zou die spitssnuit inhaking in de weg zitten?

Eerst maar eens eentje proberen te vangen… Dat blijkt minder appeltje-eitje dan ik had gehoopt. De vissen laten namelijk niet toe dat ik er boven ga liggen: zodra ik dichter dan een drietal meter nader, draaien ze zich om of sprinten ze de diepte in. Dat verbaast me echt wel: ik kan niet geloven dat hier nu al dressuur op de transducerstralen speelt.

Ze zijn ook behoorlijk snel, maar gelukkig kan mijn Float Plus motor hen goed bijhouden. Na twee uur vruchteloze achtervolgingen op het water is de moed me zowat in de flippers gezakt. Ik besluit het anders aan te pakken en haal een ouwe meervaltruc uit de doos, ik monteer een dobber. Zodra ik een mooi symbool zie, vaar ik tot een meter of 8 er vandaan en gooi ik de op de juiste diepte afgestelde dobber erover.

Ik voel mezelf heel slim en verwacht elk ogenblik een vlammende aanbeet, maar een half uur later besef ik dat dit hem ook niet gaat worden. En dan plots zie ik weer een symbool, veel feller gekleurd dan de andere, en wonder boven wonder: hij kuiert traag rond en gaat er niet meteen vandoor als ik erboven kom. Mijn klomp lood met wormen gaat naar beneden, een metertje of twee voor zijn snuit. Ik zie hem versnellen recht naar mijn aas, mijn hart klopt in mijn keel, mijn bloed kolkt door mijn aderen en dan gebeurt waar ik al uren op zit te hopen… De hengel klapt dubbel en een zware vis sleurt lijn van mijn reel. “Mark”, roep ik, “ik heb er een!” En hij komt zo snel als hij kan mijn kant opgeflipperd (hij is nog aan het sparen voor een motor).

Prehistorisch indrukwekkend!

Mijn vreugde is van korte duur, al na een paar tellen veert de hengel weer recht. Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk, denk ik, de vis klapte er vol op, ik sloeg keihard aan en dan toch los… Tien minuten later gebeurt hetzelfde: een klap, kort contact met de vis en dan is het al voorbij…

Mijn montage is mijn gebruikelijke meervalmontage: twee enkele haken van MadCat, een 8/0 en een 4/0, in een tandem op dezelfde onderlijn van een centimeter of 70. Zo’n steur heeft een bek als een emmer en moet zo’n dikke tros wormen toch makkelijk kunnen binnenzuigen?

 

Het lek boven?

‘Of zou zijn puntneus in de weg zitten,’ zo schiet het ineens door mijn hoofd… Ik knip de onderste haak af en vis verder met enkel de 8/0. Een kwartier later krijg ik weer een aanbeet. De dril lijkt op een scene uit een horrorfilm: mijn snoeihard afgestelde reelslip krijst het uit, meters lijn gutsen van de spoel, zodat ik genoodzaakt ben om mijn motor in zijn achteruit te zetten om de vis te kunnen pareren. Ik ben als de dood dat hij me spoelt!

Op een roze wolk!

Diep onder me zie ik een kolossaal symbool op mijn scherm, dat verwoed spartelt om zich van de haak te ontdoen. De dril lijkt een eeuwigheid te duren, maar uiteindelijk kan ik de vis naar de kant manoeuvreren en bij de staart grijpen. Wat een bak! Mark neemt de honneurs waar voor de foto’s van de prachtige beluga, en nadien kijken we samen als kinderen zo blij naar de weer wegzwemmende steur. “Het lijkt wel een haai,” zegt Mark, “zo met die puntige staartvin.” We vergaten hem te meten maar hij was zo rond de 180 cm gok ik. Ik puf even uit en drink een cola. Mijn dag is goed, mijn leven is goed, ik geniet.

Na een half uurtje ben ik weer aan het cruisen, op zoek naar nog meer vissen. Ze zijn duidelijk actief, want overal rond me zie ik kolken in het wateroppervlak, en zelfs een keer een half springende steur. Ik heb de montage nog wat aangepast, want bij het onthaken had ik gezien dat de 8/0 niet eens tot voorbij de weerhaak in het vlees zat. Die steuren hebben een zeer benige bek, en het zachte weefsel waarin de haak zich kan vastzetten, is niet heel dik.

 

Nog een aanpassing

Daarom besloot ik om een nog kleinere haak te gebruiken, een 4/0, want dan is de afstand tussen de punt van de haak en die van de weerhaak een stuk kleiner, waardoor ik denk dat een kleine haak meer vlees zal pakken en beter zal blijven zitten dan een grote. Dit heb ik niet helemaal zelf bedacht natuurlijk. De Deense roofvisspecialist Jens Bursell schrijft zeer kleine dregjes voor bij het zeeforellen om precies die reden, en onlangs heeft Mark Bentum (die al meermaals statisch vissend succes had op belugasteur) me ook al aangeraden om met kleinere haken te vissen.

Niet te beschrijven het gevoel als je zo’n vis weer weg laat zwemmen…

Bij de eerstvolgende aanbeet blijkt de redenering te kloppen: ik voel eerst een zacht knikken van de hengeltop en dan een snoeiharde dreun. De vis heeft de wormen naar binnen gezogen en onmiddellijk daarna onraad geroken. De dril is nog brutaler dan de vorige keer. De vis is werkelijk loeisterk en overduidelijk niet gediend van onze kennismaking. Hij probeert alles wat hij in zijn mars heeft uit om mij van zich af te schudden, maar tevergeefs.

Ongekend wat een kracht deze vissen hebben.

Wanneer Mark en ik hem in de oeverzone bij de staart pakken, zien we pas hoe bizar groot en dik hij is. Mark heeft een lang meetlint bij zich en we komen uit op een lengte van ongeveer 206 cm. Ik krijg het beest natuurlijk niet getild (“er is er hier ene die naar de sportschool moet,” grinnikt Mark), maar in het water poseren lukt me wel en is sowieso beter voor de vis. Ik zit op een wolk: eindelijk eens een andere zoetwatervissoort dan meerval die de tweemetergrens doorbreekt…

Bron: https://www.roofmeister.nl/steuren-sleuren-vanuit-de-bellyboat-nederlandse-vissen-van-over-de-2-meter/

Troostprijzen tijdens de zondvloed

De rivieren staan belachelijk hoog en het stroomt extreem hard. Hoewel een Maas in beweging doorgaans garant staat voor actieve vissen, valt er bij deze zondvloed toch niet te vissen want de rivier drijft vol met troep: bomen, koelkasten, caravans zelfs. Het lijkt me niet alleen onverstandig om daar met de bellyboat op te gaan, maar eigenlijk ook onethisch: mensen zijn alles kwijtgeraakt wat ze hadden en dan voel ik me er niet helemaal ok bij om daar vrolijk te gaan varen. Ik herinner me een hoofdstuk uit een boek van de Duitse meervalvisser Stephan Seuss, die beschrijft hoe hij zich op de Po helemaal klem vangt wanneer het water stijgt, terwijl er die zelfde nacht mensen verdrinken in het dorp van waaruit hij is vertrokken met zijn bootje. Ook daar bleef ik aan haperen toen ik het las – maar goed, that’s just me: iedereen moet vooral doen wat hij of zij het juiste acht.

Ondanks al die waterellende had ik wel zin om nog een keertje pelagisch te vissen. Ik ben de laatste maanden vooral bezig geweest met vliegvissen op karper en met zeelten, maar nu begon het pelagische spelletje toch weer te lokken. Nu de rivieren geen optie waren, besloot ik op een afgesloten water te gaan, en omdat ik eerder dit jaar in de gesloten tijd een hele leuke dag had beleefd op belugasteur (https://www.roofmeister.nl/steuren-sleuren-vanuit-de-bellyboat-nederlandse-vissen-van-over-de-2-meter/), trok ik weer naar Enschede. Daar ligt een grote  en zeer diepe zandafgraving, waarin de voorbije tien jaar met de bijzonderste vissen zijn uitgezet: kwabaal, striped bass, meerval, grote karpers en een heleboel steursoorten. Voor deze vissen er in kwamen, was al overduidelijk dat het een gezonde plas was, want er werden toen al baarzen tot vér boven de 50cm gevangen alsmede snoeken van 120+ en snoekbaarzen van 80+, en ook zat er al wat meerval. Het water bevat dan ook enorm veel natuurlijk voedsel, zoals witvis, mosselen en kreeft, en daardoor groeien ook de uitgezette vissen er als kool. Vooral de belugasteur spreekt tot mijn verbeelding: deze uit Rusland afkomstige ‘kaviaarsteur’ blijkt ook uitstekend te gedijen in afgesloten wateren en hoewel hij daar vooralsnog niet de absurde lengtes bereikt van wilde beluga’s (tot 8 meter volgens biologen!) vind ik vissen van twee meter en ver daarboven toch ook aanzienlijke waterburgers. Beluga’s zijn roofvissen: ze voeden zich met andere vissen en doen dat in alle waterlagen.

Bij mijn vorige tripje had ik ontdekt hoe ik deze oervissen pelagisch kon bevissen met mijn meervalspullen en een tros wormen, en dat wou ik nu dus weer doen.

Rond een uur of 9 glijd ik de plas op met mijn bellyboat. Het is vakantie en dus had ik mezelf wat langer nachtrust gegund, en vroeger is sowieso niet nodig voor deze vissoort had ik bij de vorige trip ondervonden: juist de middag uren bleken ze het actiefst. Best wel een verademing in vergelijking met zeelt, karper en meerval, die je vaak het beste vangt rond de randen van de dag, waardoor je nachtrust vaak nogal karig is. Met de Floatplus tuf ik geruisloos naar het roofvisgedeelte van de plas, helemaal aan de overkant: een zone van een hectare of 10 waar geen karpervissers mogen komen. Dat is wel een slimme beslissing van de uitbater en het helpt om burgeroorlogen te voorkomen tussen statische en actieve vissers. Al heel snel zie ik de eerste symbolen op mijn scherm, overduidelijk steuren, maar ze reageren erg nerveus om mijn aanwezigheid. Het zal toch niet waar zijn dat ze hier ook al bang zijn van motoren en transducerstralen, denk ik, want dát is echt wel een probleem geworden op de Maas bij ons. Ik kom gewoon niet boven deze vissen… Wat verder zie ik een signaal van een werkelijk kolossale vis boven 18 meter water. Mijn scherm heeft geen al te hoge resolutie maar in de loop der jaren heb ik wel redelijk geleerd hoe ik symbolen moet interpreteren – op basis van gedrag van het symbool en de vorm natuurlijk – en daarom weet ik dat dit een meerval is: hij zwemt trager dan de steuren en met rustige staartslagen. Hij laat toe dat ik vlak boven hem kom en mijn wormen voor zijn neus zet, hij kijkt ernaar, secondenlang, maar besluit dan toch dat het hem niet genoeg boeit en laat zich in de diepte zakken, waar ik hem uit het oog verlies. Een half uurtje later vind ik een groepje meervallen. Ze zien er niet heel groot uit – ik schat tegen de anderhalve meter – maar blijken wél meer interesse te hebben in mijn trosje wormen. Eentje haak ik al snel maar hij schiet los tijdens de dril – en daarna kan ik de anderen niet meer terugvinden. Ah ah ah, zucht ik, is het weer zo’n dag waarop niets lukt? Ik vaar dapper door, cruisend op zoek naar signalen. En dan vind ik Moby Dick himself: een signaal waar maar geen eind aan lijkt te komen, dat op een meter of vier heel rustig zwemt en niet wegsprint als ik er boven kom. Ik laat mijn aas zakken in de buurt van zijn bek en net op het moment dat ik denk: als dit beest aanbijt krijg ik een hartverzakking, voel ik een tikje. De aanbeten van beluga vorige keer waren snoeihard, dus ik denk dat ik een lijnzwemmer heb, maar dan zie ik de lijn zich langzaam verplaatsen en ik sla aan. De hel barst los: de vis onder me doet 1 staartslag en springt metershoog uit het water, op zes meter van mijn bellyboat vandaan. Hij is waanzinnig groot. Zijn omvang is zo enorm dat ik er met mijn armen niet rond kan, dat weet ik pertinent zeker –  en op mijn scherm had ik al gezien dat dit dier vér boven de twee meter mat. Wanneer de vis neerkomt in het water, breekt mijn onderlijn dwars doormidden: 200 ponds Kevlar, die je met moeite doorgeknipt krijgt. Ik staar naar het eindje touw dat nog onder mijn loodje hangt en kan minutenlang niets zeggen. Het hoort er allemaal bij, zeggen mensen vaak, als je niets wil verspelen moet je gewoon niet meer vissen – maar toch ben ik echt van de kaart. Zonder enige twijfel was dit de grootse zoetwatervis die ik ooit heb gezien, en ik weet echt niet hoe het in godsnaam mogelijk is dat hij die onderlijn brak. Ik weet het nog altijd niet trouwens… Was er een beschadiging die ik niet kon zien? Is de vis met zijn volle gewicht (100 kg plus! )  op dat eindje lijn terecht gekomen waardoor het brak? Ik zal het nooit weten…

Na een eindje te zitten suffen en zielig doen, en al mijn vismaten lastigvallen met zeurberichtjes over dit debacle, besluit ik weer verder te vissen. De steuren lijken medelijden met me te hebben en al gauw haak ik er een die meteen springt en daarna een lange run maakt.

Het is gek genoeg geen beluga maar een witte steur – en ik ben er heel blij mee, want deze worden niet vaak gevangen. Kort daarna mag ik dan toch het gevecht aanknopen met een echte beluga. Ook deze vis springt vlak voor mijn bellyboat, en ik houd mijn adem in, maar gelukkig houdt de lijn het nu wel en na een dril van een 20-tal minuten kan ik hem naar de oever dirigeren en bij zijn staart pakken. Een van de medewerkers van Fishing Adventure is in de buurt en neemt wat foto’s.

We schatten de vis op iets boven de twee meter – en ik ben er erg blij mee. Op het gevaar af ondankbaar te lijken (maar dat ben ik echt niet): toen de vis sprong, op dezelfde afstand van mijn bellyboat als het monster dat ik verspeelde, viel het me meteen op dat hij heel veel kleiner was… Een paar uur verlopen zonder actie. Ik zie zelfs amper vissen en vraag me af of ik ze heb verjaagd door al de hele dag boven hun koppies te cruisen. Ik vaar even langs bij een meervalvisser die ik ken, Catrinus Hakze, voor een praatje en wat ouwehoeren. Hij brengt een weekje vakantie door ‘in eigen land’ en daar is dit natuurlijk wel de perfecte plek voor! Gek genoeg blijken de steuren daarna wel weer massaal aanwezig op half water.

Al snel kan ik er weer een vangen, en hij is zelfs nog iets groter dan de vis van daarnet. Een tweede wel zeer mooie troostprijs voor het verspeelde monster dus! Een Duitse karpervisser is zo vriendelijk om langs te komen en een foto te maken. Hij vertelt me dat hij normaliter naar de Maas bij Dinant zou zijn gegaan, maar om dezelfde reden als ik daarvan heeft afgezien. Aardige gozer, en hij is oprecht blij voor me met deze vis. Ik maak nog even een laatste rondje maar voel me voldaan en vaar terug naar de auto.

Ik denk niet dat dit een visserij is die iedereen zal boeien: deze steuren zijn en blijven natuurlijk uitgezette vissen, dus wie enkel en alleen op ‘wilde’ vissen wil gaan, moet hier niet zijn (of zich op de ook aanwezige inheemse rovers concentreren). Maar wie het leuk vindt om een keer op iets anders te vissen pelagisch dan meerval (of snoek/snoekbaars), die kan ik een visdagje hier echt van harte aanraden.

De kick die je krijgt als zo’n haaiachtige vis voor het eerst opdoemt uit het heldere water is echt enorm! Ik zou dit nooit wekelijks willen doen, maar zo een of  twee keer per jaar vind ik het echt wel een mooie afwisseling binnen mijn visserij. Vergis je overigens niet in deze plas: ondanks het enorm mooie visbestand, is het geen makkelijk water. Denk dus niet dat je zo maar snel even wat reuzen tegen je borst gaat trekken. Dit gezegd zijnde heb ik er de paar keer dat ik er was, toch altijd iets spectaculairs meegemaakt.

Toen ik er met PlattelandsTV was voor een reportage ving ik er bijvoorbeeld een beluga van 165 cm op een baarshengeltje (https://www.plattelandstv.be/videos/jachtvisvangst/hengelsprokkels-7-de-zeldzame-belugasteur), wat een van de spannendste drils opleverde uit mijn vissersbestaan. Het water doet zijn naam wat dat betreft dus zeker eer aan: het zorgt voor ‘fishing adventures’. Als je het ook een keer wil proberen, neem dan een kijkje op hun website (https://fishingadventure.nl/).

Zorg voor stevig – ZEER stevig – materiaal: 40/00 braid, 100 kg onderlijn, één loeisterke haak 4/0 (ik gebruik die groene van Madcat) en een meervalhengel en -reel. En mocht je de Goliath vangen die ik verspeelde, vraag haar dan eens hoe ze dat in ’s hemelsnaam voor elkaar heeft gekregen om een onderlijn van 80kg door te krijgen…